Toezichtrechtelijke status

Verenigd Ondernemers Fonds Beheer B.V. (VOB)  is een bij de AFM geregistreerde beheerder van beleggingsinstellingen. VOB maakt gebruik van de vrijstelling van de vergunningplicht, als bedoeld in artikel 2:66a Wet op het financieel toezicht (het zogenoemde light regime).

 

Integratie van duurzaamheidsrisico’s in beleggingsbeslisprocedures
VOB erkent dat gebeurtenissen of omstandigheden op ecologisch, sociaal of governance gebied, indien ze zich voordoen, een werkelijk of mogelijk wezenlijk negatief effect op de waarde van de belegging kunnen veroorzaken. Daarom houdt VOB rekening met deze duurzaamheidsrisico’s bij het evalueren van al haar investeringsmogelijkheden. Het analyseren van duurzaamheidsrisico’s maken daarmee onderdeel uit van de selectie- en due diligence procedure van VOB. Aldus geïdentificeerde materiële risico’s zullen aan (potentiële) investeerders worden bekend gemaakt in de precontractuele informatie met betrekking tot een specifieke beleggingsinstelling.

 

Integratie van duurzaamheidsrisico’s in het beloningsbeleid
Bij het toekennen van variabele beloningen aan medewerkers, worden de prestatiecriteria voor individuele medewerkers in ogenschouw genomen. De wijze waarop duurzaamheidsrisico’s worden geanalyseerd in het due diligence- en selectiebeleid, voor zover van toepassing voor de functie van de betreffende medewerker, zal van invloed zijn op de vaststelling of aan de voorgenoemde prestatiecriteria is voldaan.

 

Geen Principal Adverse Sustainability Impacts Statement
VOB houdt niet gericht rekening met wat de effecten van beleggingsbeslissingen (zouden) kunnen zijn op ecologische, sociale en werkgelegenheidszaken, eerbiediging van de mensenrechten, en bestrijding van corruptie en omkoping (de zogenaamde “duurzaamheidsfactoren” zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 a SFDR) en stelt daarom niet jaarlijks een zogenoemde “principal adverse sustainability impact statement” (hierna: “PAI”) op.

Dit om de volgende redenen:

  • De benodigde informatie om de verplichtingen die met een PAI gepaard gaan op een betekenisvolle wijze na te komen, is vooralsnog niet beschikbaar binnen de Beheerder. Er zouden dus maatregelen genomen moeten worden om een PAI te kunnen publiceren en de daaruit voortvloeiende verplichten gestand te doen. De eventuele toegevoegde waarde voor de (potentiële) investeerders in het Fonds van het afgeven van een PAI, staat in geen verhouding tot de kosten, hoeveelheid tijd en aandacht die met het opstellen en bijhouden van die verklaring gemoeid zullen zijn.
  • De beleggers in het Fonds hebben als doelstelling vermogensbehoud of vermogensgroei en hebben vooralsnog niet bij de Beheerder aangegeven belang te hechten aan een PAI.

Een heroverweging van het voorgaande kan onder verschillende omstandigheden aan de orde komen, bijvoorbeeld wanneer het opstellen van een PAI minder bezwaarlijk wordt dan nu het geval is, of indien blijkt dat het merendeel van de investeerders verzoekt om een PAI.