Marktvisie · augustus 2026
De Nederlandse metaal: waar we vandaan komen en waar het heen gaat
De sector telt duizenden ondernemingen, waarvan het overgrote deel toeleverancier is: verspaners, plaatbewerkers, lassers, oppervlaktebehandelaars en samenstellers. Een sector die het grootste deel van haar geschiedenis is gebouwd op vakmanschap, lange klantrelaties en geleidelijke investeringen in machines. In tien jaar tijd is dat speelveld fundamenteel veranderd.
- Loonkosten stegen in vier jaar met ruim twintig procent, en de cao Metaal en Techniek 2026 tot 2028 legt daar opnieuw circa zes procent bovenop.
- De MKB maakindustrie kroop in het tweede kwartaal van 2026 uit het dal. De binnenlandse orderpositie draaide van min zeventien naar plus zeven procent, het aandeel winstgevende bedrijven steeg van 37 naar 45 procent.
- De investeringsbereidheid blijft achter bij het herstel. Bedrijven zien de orders terugkomen, maar stellen uitbreiding van het machinepark nog uit.
- Het speelveld verandert door handelspolitiek. CBAM is sinds 1 januari 2026 financieel van kracht en de Europese staalquota zijn fors verlaagd.
- De uitweg loopt via arbeidsproductiviteit, en dus via automatisering, digitalisering en schaal. Meer doen met minder mensen is voor deze sector geen keuze.
Springen naar: tot 2021 · 2022 tot 2026 · wat er aankomt · bronnen
Vakmanschap, vaste klanten en goedkoop kapitaal
Sterk gefragmenteerd
Honderden zelfstandige familiebedrijven, vaak met tien tot honderd medewerkers, elk met een eigen klantenkring en een eigen specialisme. Consolidatie was beperkt en verliep traag.
Lange, persoonlijke klantrelaties
Een klant bleef vaak jarenlang bij dezelfde toeleverancier omdat de kwaliteit goed was, de mensen elkaar kenden en overstappen gedoe opleverde. Prijsafspraken werden zelden fundamenteel opengebroken.
Goedkoop kapitaal
De rente was jarenlang uitzonderlijk laag. Investeren in een CNC machine, een robotbelading of een nieuw pand was goed te dragen, en bancaire financiering was ruim beschikbaar voor bedrijven met een gezonde orderportefeuille. De logische strategie was investeren in capaciteit: meer draaiuren, lagere kostprijs per onderdeel.
Vergrijzing aan de top
Een groot deel van de eigenaren naderde de pensioenleeftijd zonder opvolger binnen de familie. Dat maakte de sector aantrekkelijk voor investeerders die geloofden in schaalvergroting: los van elkaar waren deze bedrijven kwetsbaar, samen konden zij inkoopvoordeel, capaciteitsuitwisseling en professioneel management realiseren. ABN AMRO noemt vergrijzing en het gebrek aan opvolgers nog altijd een van de belangrijkste kwetsbaarheden van de Nederlandse industrie.
Vrijwel elk uitgangspunt kantelde tegelijk
Loonkosten
De cao Metaal en Techniek kende tussen september 2022 en januari 2024 verhogingen van 2,75 procent, 3,25 procent en 0,6 procent. De cao die per 1 april 2024 inging bracht daar circa 13 procent over 22 maanden bovenop: 7 procent per juli 2024, honderd euro per maand structureel per maart 2025 en nog eens 3 procent per oktober 2025. Cumulatief stegen de loonkosten in ongeveer vier jaar met ruim twintig procent.
Die lijn loopt door. De nieuwe cao Metaal en Techniek, die geldt van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028 en circa 340.000 werknemers raakt, brengt 3 procent per 1 maart 2026, een eenmalige uitkering van 132 euro bruto in november 2026 en 115 euro per maand structureel per 1 maart 2027, gemiddeld opnieuw zo’n 3 procent. Daarnaast is de RVU regeling voor eerder stoppen met zwaar werk verlengd en verhoogd.
In een sector waar personeelskosten het grootste deel van de toegevoegde waarde uitmaken, is dat alleen op te vangen met hogere uurtarieven of hogere productiviteit per medewerker. Beide blijken moeilijk.
Cao Metaal en Techniek
Cumulatieve loonkostenstijging sinds september 2022, indicatief
Opgebouwd uit de afgesproken cao stappen, inclusief de omzetting van de vaste bedragen naar een indicatief percentage. De werkelijke stijging verschilt per functiegroep en per bedrijf.
Arbeidsmarkt
Het gaat niet om handen, maar om verspaners en plaatbewerkers met de juiste opleiding, instelervaring en materiaalkennis. In de conjunctuurenquête van het CBS noemden industriële ondernemers halverwege 2025 het tekort aan arbeidskrachten als grootste belemmering, met 31 procent, gevolgd door onvoldoende vraag met 26 procent. Begin 2026 had 47 procent van de bedrijven in de MKB maakindustrie openstaande vacatures, iets meer dan het kwartaal daarvoor, terwijl het vaste personeelsbestand per saldo juist licht kromp. Bedrijven houden vacatures open, maar stellen het aannemen uit zolang de orderportefeuille onzeker is.
De praktische gevolgen zijn overal hetzelfde: betalen boven cao om mensen binnen te houden, machines die stilvallen bij ziekte of vertrek, en kennis die aan personen hangt in plaats van aan vastgelegde processen. Tegelijk verlaten ervaren vakmensen de sector door pensionering, sneller dan de instroom uit het beroepsonderwijs dat kan vervangen.
Consolidatie aan de klantzijde
Afnemers zijn zelf overgenomen en samengevoegd, in veel gevallen met participatiemaatschappijen erachter. Grotere klanten brengen een professionele inkoopfunctie mee: meerdere goedgekeurde leveranciers per artikelnummer, periodieke tenders in plaats van doorlopende relaties, en systematische benchmarking tegen aanbieders in Oost Europa en Azië. Waar een familiebedrijf vroeger bleef zitten omdat het goed liep, ligt hetzelfde pakket nu periodiek opnieuw in de markt. De marge komt daarmee aan de bovenkant onder druk, precies terwijl de loonkosten aan de onderkant oplopen. En omdat inkoop centraliseert, verliest een kleine toeleverancier met één grote klant onderhandelingspositie.
Volatiliteit en volume
Staal, aluminium en energie schommelden sterk in prijs. Betaaltermijnen in de keten liepen op, wat direct op het werkkapitaal van toeleveranciers drukt. De handelsspanningen tussen de Verenigde Staten en China raakten de sector indirect maar hard, via toenemende concurrentie uit China en aanhoudende zwakte in Duitsland, veruit de belangrijkste exportmarkt. ABN AMRO verlaagde in 2025 de groeiverwachting voor de industrie van 4 procent naar 1 procent. Ook de naweeën van het conflict in het Midden-Oosten werken nog altijd door in de inkoopprijzen.
Waar de sector nu staat
Na drie jaar krimp is er herstel, maar het is voorzichtig en ongelijk verdeeld. De Economische Barometer van Koninklijke Metaalunie liet in het tweede kwartaal van 2026 zien dat de MKB maakindustrie het dieptepunt van het eerste kwartaal achter zich heeft gelaten. De binnenlandse orderpositie ging van een nettosaldo van min zeventien naar plus zeven procent, de buitenlandse van min negenentwintig naar plus negen. Het aandeel winstgevende bedrijven steeg van 37 naar 45 procent.
Orderpositie MKB maakindustrie
Nettosaldo van bedrijven met een betere min bedrijven met een slechtere orderpositie, eerste en tweede kwartaal 2026
Bron: Economische Barometer Koninklijke Metaalunie, Q1 en Q2 2026.
Twee dingen vallen daarbij op. De verwachtingen voor het derde kwartaal zijn per saldo licht negatief, dus het herstel is broos. En de investeringsbereidheid blijft duidelijk negatief: bedrijven zien de orders terugkomen maar durven het machinepark nog niet uit te breiden. Dat is precies de houding waarmee een sector achterop raakt op het moment dat de vraag aantrekt.
De ramingen wijzen omhoog. ING verwacht voor de Nederlandse industrie 2 procent groei in 2026 en 2,5 procent in 2027, ABN AMRO komt uit op 2,5 procent in 2026 en 3 procent in 2027, met halfgeleiders, defensie en bouw als trekkers. Wie in die ketens zit, ziet de orderinstroom aantrekken. Wie erbuiten zit, wacht nog steeds.
Vier ontwikkelingen bepalen het komende decennium
De uitweg heet arbeidsproductiviteit
Koninklijke Metaalunie trok begin 2026 een harde conclusie uit de eigen cijfers: de sector zal meer moeten doen met minder mensen, en dat vraagt om versnelling in robotisering, automatisering, digitalisering en AI. Dat is geen technologiepraatje maar rekenwerk. Als de loonkosten in vier jaar met ruim twintig procent stijgen en er structureel te weinig vakmensen zijn, is er geen andere knop.
Als de loonkosten met een kwart stijgen en de vakmensen er niet zijn, blijft er maar één knop over.
De automatiseringsslag van het afgelopen decennium ging over de productie zelf: robotbelading, onbemande nachtdiensten, geautomatiseerde meetsystemen. Bij de koplopers is die slag grotendeels gemaakt, en het rendement erop wordt dunner naarmate meer bedrijven hetzelfde machinepark hebben.
De volgende slag zit ervoor en erna. Calculatie en offertevorming, werkvoorbereiding, productieplanning, kwaliteitscontrole met beeldherkenning, voorspellend onderhoud en voorraadbeheer zijn stuk voor stuk processen waar toepassingen van AI de doorlooptijd en de foutkans fors verlagen. Een toeleverancier die binnen een dag een onderbouwde offerte uitbrengt terwijl een concurrent er een week over doet, wint werk zonder goedkoper te zijn.
De keerzijde: inkopers gebruiken dezelfde technologie. Offertes worden geautomatiseerd vergeleken, kostprijzen gemodelleerd, prijsafwijkingen vallen sneller op. De prijstransparantie in de keten neemt toe, en daarmee de druk op wie geen onderscheidend verhaal heeft. Het knelpunt is bovendien zelden de technologie maar de basis eronder: planning in spreadsheets, kennis bij individuen, processen die nergens zijn vastgelegd. Zonder gestructureerde data valt er niets te automatiseren.
CBAM en de Europese staalmarkt
Per 1 januari 2026 is het Carbon Border Adjustment Mechanism financieel van kracht. Wie jaarlijks meer dan vijftig ton CBAM goederen importeert, waaronder staal en aluminium, betaalt een heffing over het verschil tussen de ingebedde CO2 uitstoot en de Europese benchmark. De afrekening over 2026 volgt pas in 2027, en zolang het verificatieproces niet rond is, weten importeurs niet wat zij uiteindelijk moeten doorberekenen. De Koninklijke Staalfederatie dringt daarom aan op versnelde invoering van dat verificatieproces en waarschuwt dat de huidige standaardwaarden de kosten kunstmatig opdrijven.
Tegelijk is het handelsregime aangescherpt: de tariefvrije importquota voor staal zijn met circa 47 procent verlaagd en de heffing op volumes daarboven is verhoogd van 25 naar 50 procent. In juli 2026 was dat al zichtbaar in de staalprijzen. Voor Nederlandse staalproducenten pakt dat gunstig uit, Rabobank verwacht op termijn een ruim elf procent hogere productie. Voor staalverwerkende bedrijven ligt het andersom: hogere materiaalkosten.
Daarin zit een asymmetrie die aandacht verdient. CBAM geldt voor grondstoffen en halffabricaten, maar nog niet voor samengestelde eindproducten. Wie staal importeert om er in Nederland een onderdeel van te maken, betaalt. Wie het complete onderdeel buiten de EU laat maken en importeert, vooralsnog niet. De Europese Commissie overweegt de regeling vanaf 2028 uit te breiden naar downstream producten als industriële robots, productiemachines, elektromotoren en kabels. Tot die tijd bestaat het risico dat een regeling die de Europese industrie moest beschermen juist werk de EU uit duwt.
Defensie, semicon en Europese strategische autonomie
Aan de vraagzijde staat daar iets tegenover. Europese investeringen in defensie, energie en halfgeleidercapaciteit vertalen zich rechtstreeks naar toeleverwerk, en het streven naar minder afhankelijkheid van niet Europese ketens maakt productie dichtbij weer een argument. Beide grootbanken noemen die eindmarkten als belangrijkste trekker van de groei in 2026 en 2027.
Voor toeleveranciers die kunnen voldoen aan de bijbehorende eisen, denk aan certificering, traceerbaarheid, informatiebeveiliging en leverbetrouwbaarheid, opent zich een markt met betere marges dan het klassieke seriewerk. Die eisen zijn wel een drempel: ze vragen investeringen in kwaliteitssystemen en administratie die een klein bedrijf niet eenvoudig alleen draagt.
Consolidatie zet door
Hoge vaste kosten, schaars personeel, professionaliserende inkoop en toenemende eisen aan certificering en digitalisering wijzen één kant op: schaal wordt belangrijker. De overnamemarkt in de metaalbewerking bleef in 2025 en 2026 dan ook actief, met meerdere participatiemaatschappijen die via buy and build groepen bouwen.
Voor de eigenaar van een zelfstandig toeleveringsbedrijf komt het neer op een strategische keuze: zelf investeren en doorgroeien, aansluiten bij een grotere groep, of specialiseren in een niche die te klein of te complex is om te consolideren. Doorgaan zoals het ging is de enige optie die vrijwel zeker niet werkt.
Wilt u zien hoe dit uitpakt bij concrete bedrijven? Bekijk onze deelnemingen Drameco en Metaalbewerkingsbedrijf Smit.
Verantwoording
Bronnen
De cijfers op deze pagina zijn ontleend aan openbare publicaties. Waar ramingen worden genoemd, gaat het om verwachtingen van derden en niet om onze eigen prognoses.
- Loonontwikkeling: cao Metaal en Techniek 2024 tot 2026 en de opvolgende cao van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028, zoals gepubliceerd door cao partijen en Koninklijke Metaalunie.
- Orderposities, winstgevendheid, vacatures en investeringsbereidheid: Economische Barometer van Koninklijke Metaalunie, eerste en tweede kwartaal 2026.
- Belemmeringen in de bedrijfsvoering, omzet en faillissementen in de industrie: conjunctuurenquête en faillissementsstatistiek van het CBS.
- Sectorramingen: Sectorprognoses van ABN AMRO en de sectorvooruitzichten van ING, beide van medio 2026.
- CBAM en handelsmaatregelen: Europese regelgeving en publicaties van de Koninklijke Staalfederatie en evofenedex.
Deze marktvisie wordt periodiek geactualiseerd. Laatst bijgewerkt: augustus 2026.
Herkent u dit beeld in uw eigen orderboek?
Wij wisselen graag van gedachten met collega bedrijven in de sector.